Kinderparlement
De bedoeling is om de kinderen de gelegenheid te geven om hun stem te laten horen in de schoolopbouw. Door deze samenspraak leren zij hoe democratische besluitvorming een aanzet is tot een goed samenleven en samenwerken. Zij leren inzien dat niet al het voorgestelde realiseerbaar is en ze worden ingelicht waarom dat zo is. De klasafgevaardigden vormen de schakel tussen de klasgroep en de school als geheel, ook in de klas wordt via een klasraad de vergadering voorbereid en opgevolgd. De klasafgevaardigden komen voorbereid naar het "KI-PARLE" en brengen achteraf het verslag in de klasgroep.
Per klas, vanaf het eerste leerjaar, worden twee leerlingen afgevaardigd. Door een doorschuifsysteem blijft binnen één klasgroep één leerling behouden voor het volgende "ki-parle' om de band met de vorige vergadering levendig te houden en wordt één nieuweling toegevoegd, die in het volgende "ki-parle" degene is die zal blijven. Na een aantal vergaderingen zal iedere leerling de gelegenheid gehad hebben om klasafgevaardigde geweest te zijn.
Aanvankelijk zit de directeur de vergadering voor, bijgestaan door één kleuterleidster en één leerkracht lager onderwijs, volgens beurtrol. We trachten de werking zo te richten dat de kinderen later de werking zelf dragen op het "ki-parle'. Nu reeds maakt één leerling van het zesde leerjaar het verslag. Op de maandelijkse personeelsvergaderingen bereidt het schoolteam het volgende kinderparlement voor en wordt het verslag van het vorige kinderparlement opgevolgd. Het verslag van die opvolging wordt op het "ki-parle' besproken met de klasafgevaardigden. Nadien worden de besluiten gerealiseerd. De ouders krijgen een beknopt verslag via de nieuwsbrief.